1.Kijfelaar-1_LS

Voedselteams: beweging van bewuste consumenten en innovatieve korte-keten-producenten

Korte keten is meer dan ‘weinig kilometers tussen de producent en de consument’. Het gaat in de eerste plaats over de autonomie van boeren, over producenten die zelf kunnen beslissen over hun prijzen en bedrijfsvoering.

Voedselteams is een beweging van burgers die meer controle willen over hoe hun voedsel geproduceerd wordt. We bestaan al 25 jaar, met ondertussen 120 teams overal in Vlaanderen. Elk Voedselteam is een groepje consumenten dat voedsel koopt bij producenten uit hun buurt. Die bepalen zelf hun eerlijke prijs, rekening houdend met hun kosten én de milieukost van hun producten.” Hoe gaat dat precies in zijn werk, waaraan moet een producent voldoen om bij Voedselteams te verkopen en welke rol spelen vrijwilligers in deze organisatie? We vroegen het aan coördinator Sofie Vanthournout.

“Ook hier bij ons hebben boeren nauwelijks zeggenschap over hun eigen bedrijfsvoering,” stelt Sofie. “Vaak hebben ze geen enkele macht over de veel te lage prijzen die de voedingsindustrie hen betaalt en gaan ze gebukt onder heel zware leningen. Daardoor kunnen ze meestal niet zomaar uit dat conventionele systeem stappen. Wij bieden hen een alternatief afzetkanaal. En consumenten vinden bij ons lokale, duurzame en eerlijke voeding.”

Wie zijn de Voedselteams-producenten?

Een typische Voedselteams-producent is kleinschalig, milieubewust en ervan overtuigd dat ons voedselsysteem anders kan. Sofie Vanthournout: “Velen zien dit engagement als hun manier om in opstand te komen tegen het gangbare systeem. Ze zijn voortdurend op zoek naar duurzamere manieren om aan landbouw te doen of voedsel te verwerken. Wat ook opvalt: ze zijn enorm gemotiveerd om de drempels waarop ze stoten te overwinnen. Ook qua bedrijfsmodel zijn ze innovatief, want overstappen op een korteketensysteem vraagt een enorme investering én mentaliteitswijziging.”

Waaraan moet een producent voldoen om via Voedselteams te verkopen? De organisatie screent elke producent via een zelf ontwikkeld Participatief GarantieSysteem (PGS). Dit bestaat uit een combinatie van een héél uitgebreide vragenlijst en regelmatige bedrijfsbezoeken aan de producent.

Sofie: “We hanteren geen lijst met strikte criteria, maar kijken ook naar hun plannen en engagementen om zaken aan te passen. Er is ruimte voor een groeitraject. Een producent met bepaalde minpunten kan soms toch al lid worden, als hij of zij ons een concreet plan kan voorleggen.”

De vragen die een kandidaat-producent op de rooster leggen, gaan over duurzaamheid in de brede zin. Ze peilen naar de aanpak op het vlak van ecologie, omgaan met medewerkers, water- en energieverbruik, transparantie, traceerbaarheid, bedrijfsvoering … “Voor producenten die verwerkte producten verkopen, bekijken we ook hun verpakkingen, de herkomst van de ingrediënten die ze aankopen, en dergelijke,” vult Sofie aan.

Aansluitend bij de vragenlijst, volgt een bedrijfsbezoek. Een Voedselteams-ploeg bestaande uit producenten die al lid zijn en speciaal opgeleide vrijwilligers screent de kandidaat-producent en geeft tegelijk advies en ondersteuning. Deze mensen doorlopen een continu leerproces, met regelmatige vormingsmomenten.

Zo ondersteunen Voedselteams de boeren van bij ons

“Allereerst door eerlijke prijzen te betalen,” zegt Sofie Vanthournout. “De producent bepaalt deze zelf. In de webwinkel zien onze consumenten bovendien heel transparant hoe de prijs voor een product samengesteld is: hoeveel krijgt de producent, hoeveel gaat er naar transport en administratie, enzovoort.”

Voedselteams onderhandelen uit principe niet met de producenten over hun prijzen. Maar kritische consumenten zorgen wel voor een zekere controle. Sofie: “Door de producenten te bevragen over hun producten, hun teeltwijze en hun prijzen, sturen de consumenten zelf bij. De producenten staan open voor een gesprek, voor hen zijn dit waardevolle leermomenten.”

De nationale vzw Voedselteams doe haar best om de producenten, via de lokale teams, een stabiele afzet te bieden. “Zowel voor hun teeltplanning als voor hun inkomen is het voor de producenten belangrijk dat ze kunnen inschatten hoeveel ze via ons zullen kunnen verkopen,” legt Sofie uit.

Duurzame handel organiseren tussen producent en consument is dan wel Voedselteams’ belangrijkste bezigheid, de organisatie biedt ook kennis en praktische hulp aan producenten die willen ontwikkelen of experimenteren. Sofie geeft een voorbeeld: “Een boer die met kikkererwten experimenteerde vond heel moeilijk afzetmogelijkheden. De veilingen in ons land zijn er niet op voorzien om kikkererwten te verhandelen. En ze kunnen zich niet aanpassen voor één experimenteel veld met dat gewas. Wij kunnen dat wel. De kikkererwten vlogen vlot de deur uit bij de Voedselteams.”

Vrijwilligers trekken aan de kar

In veel van wat de Voedselteams doen, spelen vrijwilligers een centrale rol. Binnen een lokaal Voedselteam bepalen de leden zelf hoe ze zich organiseren: welke vrijwilliger doet wat, wanneer en waar halen leden hun bestelling af, enzovoort? Ook beslist een team zelf bij welke producenten het voeding aankoopt. Of liever: de nationale vzw keurt een producent al dan niet goed, maar een lokaal Voedselteam kan strengere criteria hanteren als het dat wil.

Het zijn ook de vrijwilligers die klanten werven voor de producenten waardoor die tijd kunnen investeren in zaken als verduurzaming. Vrijwilligers helpen bovendien de voeding te verdelen van bij de producenten naar de verschillende Voedselteams. En ze zijn onmisbaar bij de controle en de ondersteuning van de producenten.

“Als al dit werk door betaalde mensen zou moeten gebeuren, zou het systeem heel duur worden. Dankzij onze vrijwilligers kunnen wij het doen zoals we het doen. Bovendien geeft dit ons de ruimte om te experimenteren waar die er in het gewone handelssysteem niet is,” zegt Sofie Vanthournout.

Evenwicht tussen ideologie en efficiëntie: Voedselteams’ uitdagingen

De overkoepelende vzw Voedselteams ondersteunt de lokale vrijwilligersgroepen en de producenten. Sofie ziet daarbij vier belangrijke uitdagingen voor de komende jaren.

  • De vrijwilligersbeweging in beweging houden
    Vier regiocoördinatoren motiveren de lokale teams, moedigen hen aan om nieuwe leden te werven, zorgen voor uitwisseling tussen teams en met producenten, noem maar op. “Voor veel leden is het Voedselteam een belangrijk deel van hun sociale netwerk,” merkt Sofie op. “Daarnaast is het onze taak om de vrijwilligers te blijven motiveren voldoende afzet te genereren voor onze producenten. Alleen als hun inspanningen resultaat opleveren, kan ons systeem blijven draaien.”

  • De distributie van producten optimaliseren
    Sofie noemt de distributie van producent naar consument een voortdurende zoektocht naar evenwicht. “Werken we met boeren die heel dicht bij de teams actief zijn, of ook met boeren vanuit de iets ruimere regio, zodat we de verdeling van producten efficiënter kunnen organiseren? We merken: waar we de efficiëntie te ver doordrijven verliezen we engagement van onze leden. En wanneer we teveel kijken naar het ideologische – en bijvoorbeeld alleen boeren van écht vlakbij toelaten – werken we niet meer efficiënt genoeg en haken producenten af.”
    De nationale Voedselteams-organisatie coördineert de distributie per regio – ongeveer de helft van een provincie. “Een van de producenten haalt voeding op bij de collega’s in de omgeving en verdeelt die naar de Voedselteams in dezelfde regio. Dat vermindert de druk op de individuele producent. Voor de consumenten heeft samenwerking met boeren van net iets verderop het voordeel dat ze bij hun Voedselteam een ruimer aanbod hebben.”
  • Het succes van korte keten verzilveren voor de toekomst
    Het aanbod aan korte-keten-producten groeit, steeds meer producenten zetten er op in. Sofie: “Wij merken dat de interesse bij consumenten veel trager groeit dan het aanbod. Daardoor dreigen bestaande korte-keten-initiatieven elkaar te beconcurreren. Sinds de coronacrisis lijkt de vraag wat aan te trekken, maar het is nog niet duidelijk of dit zich zal doorzetten. Sowieso moet de vraag stevig omhoog, want korte keten is de way to go voor de toekomst. We overleggen regelmatig met andere korte-keten-initiatieven en zijn het erover eens: we moeten niet elkaars klanten afpakken, maar die van de niet-duurzame spelers. Daar zetten we samen op in, o.a. met ons beleidswerk.” (Lees ook: Boeren & Buren wil van korte keten de norm maken)

  • Komaf maken met greenwashing
    “In alle supermarktketens zie je tegenwoordig foto’s van de boeren bij wie ze inkopen. Maar dat maakt wat ze doen nog geen korte keten. Het gaat ook over veel meer dan ‘weinig kilometers tussen de producent en de consument’. Het gaat in de eerste plaats over de autonomie van boeren, over producenten die zelf kunnen beslissen over hun eigen prijzen en bedrijfsvoering. Dat staat in de retail nog steeds onder druk. En dan is een product wel lokaal, maar absoluut geen ‘korte keten’ die naam waardig. Landbouwminister Crevits zet wel in op lokaal, maar doet dat via de retailsector. Daarmee veegt ze het echte korteketenprincipe onder de mat. Maar voor een doorsnee consument is dat verschil absoluut niet duidelijk. Daar maken wij ons ernstig zorgen over.”

Ervaring delen om het voedselsysteem te veranderen

Hét doel van Voedselteams is het voedselsysteem te veranderen. Sofie: “Daarom zijn en blijven wij heel bewust een beweging. We willen dat er naast onze manier van werken meer alternatieven komen voor het huidige systeem. Daarom delen we graag de inzichten die wij in de afgelopen 25 jaar kregen. Met beleidsmakers, gelijkgestemde initiatieven en andere consumenten dan onze eigen leden. We willen anderen inspireren en motiveren om dezelfde doelen na te streven. Zonder per se ons eigen model te willen opschalen.”

De overkoepelende vzw doet aan beleidsbeïnvloeding met adviezen aan kabinetten en af en toe een open brief in de pers. Hiervoor werkt Voedselteams meestal samen met partnerorganisaties als Wervel en de coalitie Voedsel Anders.

Maar de grootste ‘politieke’ impact heeft Voedselteams op het lokale niveau. Veel lokale vrijwilligers zitten in gemeenteraden en plaatselijke duurzaamheidsraden. “Al die lokale impact opgeteld is zeer effectief om iets te veranderen,” ervaart Sofie.

Tekst: Griet Rebry
Foto’s
Heading: Kijfelaar – © Voedselteams
Foto 1: Aanbod Voedselteams © Voedselteams
Foto 2: Zonnekouter – © Voedselteams

Lees ook

Studie: Belgische en Europese lokale fair trade

In 2009 bereikt de melkcrisis in Europa een hoogtepunt: de prijzen die de boeren voor hun melk krijgen, volstaan niet eens om de productiekosten te dekken. Sindsdien is er weinig tot niets veranderd. Dus eisen de boeren uit onze streken ook een eerlijke prijs en een eerlijke handel.

En de Belgische consumenten zijn helemaal mee: 73 % van de mensen in België vindt dat eerlijke handel ook mogelijk moet zijn voor producten van Belgische of Europese boeren, zo blijkt uit de barometer 2020 over eerlijke handel gepubliceerd door het Trade for Development Centre (TDC).

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on print
Print

Deze website gebruikt cookies om uw gebruikerservaring zo aangenaam mogelijk te maken.