Olifant_Megan Coughlin_2

Elecosy: van olifantenpoep tot papier

Dankzij die uitwerpselen kan een hele gemeenschap in haar levensonderhoud voorzien door papier te maken, want het hele productieproces gebeurt ter plaatse.

Papier maken van olifantenpoep? Dat is het project van Elecosy, een fairtradebedrijf dat in 2013 werd opgericht in het West-Vlaamse Kanegem. Medeoprichter Frank Cockerill vertelt over zijn inzet voor het milieu en de plattelandsgemeenschappen in Sri Lanka en India.

Dertien miljoen hectare bos. Zoveel gaat volgens de Voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) jaarlijks verloren aan de papierindustrie. Dat is een onthutsend cijfer. De papierhandel heeft dan ook rampzalige gevolgen die nu al duidelijk zichtbaar zijn. In Sri Lanka, het land waar Elecosy actief is, worden de Aziatische olifanten zo erg bedreigd door ontbossing dat de internationale pers spreekt van een ‘oorlogsverklaring’ tussen Sri Lankanen en olifanten. Om dit fenomeen aan te pakken, kunnen we misschien … olifanten inzetten? Zoals Elecosy heeft bewezen, kunnen die dikhuiden immers prima papierleveranciers zijn…

De industriële crisis van 2009: een ‘eye-opener’

Het idee voor Elecosy ontstond toen papierexpert Frank Cockerill een bezoek bracht aan het bedrijf Maximus Paper van de Millennium Elephant Foundation in Kegalle, in de uitlopers van de bergachtige centrale regio van Sri Lanka: “In 2008 werkte ik als exportmanager voor een keten van Duitse papierfabrieken”, herinnert Frank Cockerill zich. “We stonden toen aan de vooravond van de crisis van 2009. Het principe van koolstofcompensatie was ingevoerd. Het idee was om koolstofkredieten te genereren in ruil voor de financiering van koolstofreductieprojecten. Onze productie groeide gestaag en we moesten onze uitstoot compenseren. Er was veel geld mee gemoeid. Zo moest ik partnerschapsmogelijkheden in het Zuiden ontwikkelen. Het was dus niet echt een filantropische daad van de kant van mijn baas.”

Zo ontdekt Frank Cockerill het verrassende idee om papier te maken van olifantenpoep. Maximus Paper heeft tal van prestigieuze prijzen gewonnen, waaronder de BBC / Shell / Newsweek World Challenge in 2006 voor zijn ‘Peace Paper’-project en de Energy Globe Award van de Energy Globe Foundation in 2012. Het bedrijf stelt lokale mensen tewerk om olifantenmest te verzamelen die vervolgens wordt verwerkt tot handgeschepte papierwaren en geschenken. Voor Frank Cockerill was het een ‘eye-opener’: “De crisis van 2009 had ‘mijn’ sector net keihard getroffen. Van de ene dag op de andere kelderde de productie voor iedereen en stortte het systeem van koolstofkredieten in. In 2011 ben ik teruggekeerd naar Sri Lanka. Ik heb aan mijn partner voorgesteld dat ik Maximus Paper zou aanbieden om met hen samen te werken.”

Niets gaat verloren, alles wordt gerecupereerd

De techniek om uitwerpselen om te zetten in papier is in feite verrassend eenvoudig, zoals blijkt uit
het verslag dat Elecosy op zijn Facebook-pagina heeft gepost. De dikhuiden voeden zich uitsluitend met planten en vruchten (die uit vezels bestaan, een belangrijk gegeven voor de papierfabricage). Zij verorberen tussen 200 en 250 kilo voedsel per dag en produceren dus een aanzienlijke hoeveelheid uitwerpselen (tot wel 16 keer per dag). Zo kunnen slechts twaalf olifanten tot een ton mest per dag produceren.

“Dankzij die uitwerpselen kan een hele gemeenschap in haar levensonderhoud voorzien door papier te maken. Want het hele productieproces gebeurt ter plaatse. Het gebeurt grotendeels met de hand, en het begint met het verzamelen van de grondstof.” Vervolgens moet de cellulose die de olifanten hebben uitgeworpen, worden verzameld en verwerkt voordat het papier wordt. Om de cellulose eruit te halen, worden de uitwerpselen gedroogd, gewassen en vervolgens verhit om bacteriën te elimineren. Daarna worden ze geplet en eventueel geverfd. De laatste stap, het verven, is facultatief en daarvoor worden verschillende soorten diëten bij de olifanten geïntroduceerd. De leeftijd en het gebit van het dier kunnen natuurlijk ook een invloed hebben op de kleur van het papier. Aan het eind van de rit helpen de olifanten van Maximus Paper bij de productie van het equivalent van vijftig miljoen vellen geur- en bacterievrij A4-papier.  Het zijn echte papiermachines!

Maar het bedrijf beperkt zich niet tot de fabricage van papier: Van het papier maken wij, uiteraard met de hand, vele voorwerpen en een breed scala aan schrijfwaren met een individuele textuur. Denk aan notitieboekjes, blocnotes, kalenders, agenda’s, wenskaarten, fotoalbums, geschenkdoosjes … en zelfs papieren beeldjes en sieraden, door het papier samen te persen en in stukken samen te voegen”, zegt Frank Cockerill trots. Maar dat is lang niet alles. De volledige catalogus van de onderneming is online beschikbaar.

Een bedrijf dat ecologisch en eerlijk bezig wil zijn

Geïnspireerd door Maximus Paper wilde Frank Cockerill een steentje bijdragen aan de strijd tegen het uitroeien van olifanten in Sri Lanka. Dat doet hij door papier gemaakt van olifantenpoep onder de aandacht te brengen van een breder internationaal publiek. Zo ontstaat Elecosy in 2013: “Onze ambitie was om meer te investeren in de exportkant van het huidige bedrijf, om te zorgen voor een aanvulling. Tot dan toe was de zaak immers voornamelijk gericht op de plaatselijke toeristenmarkt. Dus begonnen we de producten te importeren en in Europa op de markt te brengen. Wij verkopen ze nu in een tiental Europese landen. In België uiteraard, maar vooral in Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen.”

In elke fase van de productieketen besteedt Elecosy bijzondere aandacht aan het milieu. Er worden alleen lokale hulpbronnen ingezet die weinig productiemiddelen vergen, water, zon en planten; en er worden geen chemicaliën gebruikt in het productieproces: “Producten van olifantenpoep zijn duurzaam … zolang er olifanten zijn die uitwerpselen leveren!  En dat is het doel van het project in Sri Lanka: door de activiteit die het ontwikkelt, helpt Elecosy een duurzame lokale economie te creëren en tegelijkertijd de wilde olifanten te beschermen. En we dragen bij tot een financiële activiteit die de armoede in de regio helpt terugdringen.”

Geen wonder dat Elecosy erkend werd als fairtrade-onderneming: “Na twee jaar hard werken hebben we onze status van Fair Trade Guaranteed verkregen bij de World Fair Trade Organisation (WFTO).  Wij zijn een van de 200 fairtrade-ondernemingen in de wereld en een van de (enige) twee in België. Dat is een belangrijk teken van erkenning en een grote reden tot fierheid om het werk dat wij doen”, glundert Frank Cockerill. En het is ook een kwaliteitsgarantie voor kopers van hun producten over de hele wereld.

 “De fairtradewereld loopt gevaar”

Frank Cockerill maakt zich echter zorgen over de situatie in de wereld en de concurrentiepositie van Elecosy: Wij proberen producten te maken die ook kunnen worden verkocht in traditionele, zeg maar ‘mainstream’ winkels. In de mate van het mogelijke weliswaar”, betreurt Frank Cockerill: “Dat is uiteraard een grote uitdaging en wij kunnen vaak niet opboksen tegen de concurrentie van ondernemingen die profiteren van de steun en de hulp van de Belgische overheden. Subsidies zijn een goede zaak voor onze sector, ik trek ze niet in twijfel, integendeel! Wij zijn ook lid van de Belgische Fair Trade Federatie (BFTF). Maar er is een reëel verschil tussen de kleine actoren van de eerlijke handel, die grotendeels op vrijwillige basis werken, en wat we ‘de fairtrade-industrie’ kunnen noemen; en dat moeten we onder ogen zien.”

Een van de prioriteiten van Elecosy is verder te gaan dan een waardig loon dat wordt bepaald volgens vastgelegde rekensommen: Al onze producten worden niet alleen vervaardigd met de zekerheid dat de arbeiders behoorlijk worden betaald, maar ook dat zij profiteren van extra bescherming, zoals onderwijs voor hun kinderen en toegang tot gezondheidszorg voor het hele gezin. Wij zijn vastbesloten om veel meer te betalen dan het gemiddelde plaatselijke loon.”

Neushoorns en katoenbloemen

Elecosy blijft groeien en heeft een langetermijnvisie. Frank Cockerill en zijn collega’s staan voor verdere uitdagingen: “Wij blijven onze productie ontwikkelen. En we zijn aan het diversifiëren! Dat kost tijd. We zijn begonnen met het inkopen van papier gemaakt van neushoornpoep van een kleine start-up in het regenwoud van Assam.” Assam is een van de deelstaten in het uiterste noordoosten van India, in het centrum van de regio Noordoost India. “En we zijn ook papier van katoen en plantaardige vezels gaan kopen bij een leverancier in Zuid-India”, vervolgt Frank Cockerill, “Zij bieden hun werknemers een schone leefomgeving, bevorderen hun economische en sociale vooruitgang en moedigen hun creatieve vermogens aan. 71 % zijn vrouwen uit de omliggende dorpen. Dit is volledig in overeenstemming met onze aanpak in Kegalle.”

Tot slot zijn Frank Cockerill en zijn team ook bezig met de productie van milieuvriendelijke krimpfolie: “Onze producten moeten voor de export worden verpakt”, zegt hij. “Er is echter steeds meer weerstand tegen verpakkingen, vooral in Duitsland. De krimpfolie van maïszetmeel die we momenteel testen, is biologisch afbreekbaar. Maar het zwakke punt is dat hij zeer breekbaar is en gemakkelijk tot ontbinding overgaat waarbij water en kooldioxide vrijkomen. Bovendien moeten de esthetische kwaliteiten nog worden verbeterd. Daar zijn we actief mee bezig.”

Interview door Charline Cauchie


Meer weten?

Foto’s

– Hoofding: Elephants Tanzania – copyright: Megan Coughlin
– Olifant – Copyright: Bas Leenders
– Cotton – Copyright: Rockin Rita

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email
Print

Deze website gebruikt cookies om uw gebruikerservaring zo aangenaam mogelijk te maken.