Maroc1

Marokkaanse coöperaties bouwen aan een duurzame toekomst

De Zuid-Marokkaanse regio Souss-Massa-Drâa worstelt met vele uitdagingen. Er is niet alleen de strijd tegen de oprukkende Sahara, er is ook de hardnekkige armoede in de traditionele Berbergemeenschappen. Sinds enkele jaren is het Trade for Development Centre erg actief in de regio, enerzijds met financiële steun aan de lokale ngo Ibn Al Baytar, anderzijds met marketingondersteuning in projecten van Enabel, het Belgische Ontwikkelingsagentschap. Een duurzame toekomst voor de regio loopt onvermijdelijk langs lokale troeven als arganolie, dadels en saffraan.

Het Marokkaanse goud

De arganboom is een van de oudste boomsoorten ter wereld en komt uitsluitend voor in het zuidwesten van Marokko. Dankzij zijn doornachtige takken en zijn diep wortelgestel is hij perfect in staat om lange periodes van droogte te overleven. Maar behalve zijn ecologische waarde als buffer tegen de oprukkende woestijn heeft de arganboom in de lokale Berbercultuur ook een belangrijke economische waarde.

De bladeren en het vruchtvlees worden door geiten en kamelen gegeten, het hout dient als brandstof en uit de pit van de vrucht wordt olie geperst. Die olie is rijk aan meervoudige onverzadigde vetzuren, linolzuur en vitamine E, vandaar de geneeskrachtige eigenschappen en ronkende titels als ‘het Marokkaanse goud’ of ‘hét geheim van de schoonheid van Marokkaanse vrouwen’. Voor culinaire doeleinden wordt de olie geperst uit gebrande pitten, voor cosmetische uit ongebrande pitten.

Vrouwenwerk

Van oudsher is de productie van arganolie vrouwenwerk. Van moeders op dochters werd de vaardigheid doorgegeven om de noten te breken en de pitten er uit te halen. Vervolgens persten zij de pitten manueel met een molensteen. De mannen kwamen pas in beeld wanneer de olie in de soeks verkocht moest worden.” Aan het woord is Zoubida Charrouf, professor chemie aan de universiteit van Rabat. Zij zag in de groeiende interesse voor arganolie mogelijkheden voor een duurzame ontwikkeling van de regio. Het ultieme doel was en is nog steeds het redden van het arganwoud, om het oprukken van de Sahara te stoppen. Maar hoe doe je dat? “Door mensen een volwaardig inkomen te geven dat rechtstreeks gelinkt is aan het behoud van het bos. Grote bedrijven hebben arganolie ontdekt en de productie deels geïndustrialiseerd. Daarom moest er een sociaal alternatief komen dat kan garanderen dat de inkomsten gaan naar zij die het werk verrichten: de Berbervrouwen.

Ibn Al Baytar

In 1996 richtte Charrouf de eerste coöperatie van arganolieproducenten op, in 1999 volgde de ngo Ibn Al Baytar. Die zou voortaan startende coöperaties begeleiden en met de steun van internationale donoren en later ook van de Marokkaanse overheid een hele reeks projecten realiseren in de regio. “Eenvoudig was dat niet”, herinnert Zoubida Charrouf zich. “Om de kwaliteit van de olie te verhogen, brachten we de vrouwen samen in kleine verwerkingseenheden. Daar konden zij de noten kraken en konden wij het persen mechaniseren. Maar cultureel lag het heel moeilijk om vrouwen buitenhuis te laten werken. De eersten die tot de coöperatie toetraden waren weduwen en gescheiden vrouwen. Heel langzaam keerde het tij.”

Vijftien jaar later mogen de resultaten er zijn. Het aantal coöperaties groeide snel en hun omzet steeg spectaculair. Verschillende coöperaties verenigden zich in Groupements d’Intérêts Economiques (GIE’s), die de commercialisering, de promotie en de export op zich namen. Voor het eerst beheren vrouwen zelf hun inkomen, waardoor hun status binnen de maatschappij enorm is gestegen. Bovendien leerden duizenden Berbervrouwen lezen en schrijven. Het gevolg is dat steeds meer moeders hun dochters naar het middelbaar onderwijs sturen.

Samen met andere partners ijverde Ibn Al Baytar ook voor de invoering van een label op basis van een beschermde geografische aanduiding (Indication Géographique Protégée of IGP). Dit label, een primeur voor Afrika, is belangrijk in de strijd tegen sjoemelaars die goedkope perstechnieken gebruiken of arganolie mengen met andere oliën.

Bio en fair trade

In 2010 stapte ook het Trade for Development Centre (TDC) mee in dit verhaal. Met haar financiële steun werden drie coöperaties versterkt op diverse terreinen: het verbeteren van de managementcapaciteiten, het ontwikkelen van systemen voor kwaliteitscontroles en het aanmaken van banners en folders om zich te presenteren op de Marokkaanse en de Europese markt.

Het uithangbord van Ibn Al Baytar is de coöperatie Tighanimine, opgericht door een aantal vrouwen die samen leerden lezen en schrijven. Onder impuls van de lesgeefster overwonnen zij de scepsis bij hun mannen en startten ze hun eigen coöperatie. Dankzij het succes zijn een aantal onder hen binnen het gezin de voornaamste kostwinners geworden. Op korte tijd behaalt de coöperatie zowel het IGP-label als een biocertificatie. Als klap op de vuurpijl wordt zij in 2011 de eerste fairtradegecertificeerde producentengroep. In twee jaar tijd vertienvoudigt de omzet. Recent werd de coöperatie geselecteerd om model te staan bij de invoering van een HACCP-systeem voor risico-analyse en kwaliteitscontrole.

Dromen

In 2014 besliste het TDC om de steun aan de vrouwencoöperaties te verlengen. Waar Ibn Al Baytar op mikt is dat het succes van Tighanimine een hefboom wordt voor de ontwikkeling van andere coöperaties en van de hele regio. Vele coöperaties situeren zich immers in het 30.000 ha grote bos van Messguina, een onderdeel van het arganwoud. De afgelopen jaren hebben Ibn al Baytar en andere ngo’s de bewoners en organisaties van het gebied samengebracht in een bredere beweging van ‘rechthebbenden van het woud’. Met steun van de ngo GoodPlanet Foundation van Yann Arthus-Bertrand werd een plan opgemaakt met tal van ecologische en socio-economische projecten gelinkt aan het woud en de argancultuur. Ook de Marokkaanse overheid besliste om het hele proces te ondersteunen met het aanplanten van nieuwe arganbomen.

In de loop van de 20ste eeuw is meer dan de helft van het arganwoud verloren gegaan. Die trend is gelukkig gekeerd, mede dankzij het valoriseren van de arganolie en de traditionele kennis van vrouwen”, besluit Zoubida Charrouf. “Maar we moeten ook verder durven kijken en ons niet afhankelijk maken van één product. Het woud bevat nog meer medicinale planten waarmee we producten kunnen ontwikkelen. Intussen zijn ook de eerste projecten rond ecotoerisme opgestart. We moeten durven dromen.

Marketingondersteuning

In diezelfde uitgestrekte regio Souss-Massa-Drâa is ook het Belgisch Ontwikkelingsagentschap (Enabel) actief, onder meer in een langlopend project rond saffraan en dadels. Daarmee engageert de bilaterale coöperatie zich in het plan ‘Maroc Vert’ dat een duurzame economische ontwikkeling van de streek beoogt, in het bijzonder van de meest kwetsbare producenten.

Het project omhelst drie pijlers: het verduurzamen van de landbouwtechnieken, bijvoorbeeld op het vlak van watergebruik, het versterken van de positie van de producenten via de oprichting van coöperaties en GIE’s en het begeleiden van deze structuren in de commercialisering van hun producten. “Omdat dit laatste punt essentieel is voor het welslagen van het project werd het TDC van bij de conceptfase gevraagd om analyses te maken en advies te verlenen rond de best mogelijke interventiestrategie”, legt Josiane Droeghag uit, sinds 2009 Marketing and business management Officer voor het TDC. “Wat vragen potentiële klanten op de nationale en internationale markt en in welke mate kunnen de jonge coöperaties en GIE’s uit de regio daarop inspelen?” Eind 2013 stuurde het TDC aan op de aanwerving van Claire de Foucaud, marketeer en kenner van eerlijke handel. Claire werkt ter plekke samen met de lokale partner, het Office Régional de Mise en Valeur Agricole de Ouarzazate (ORMVAO), om antwoorden te zoeken op deze vragen

Het rode goud

In enkele afgelegen valleien rond de stad Taliouine planten ongeveer 3000 boeren elk jaar hun velden vol met saffraankrokussen. Het plukken van de bloemen is arbeidsintensief en eens te meer vrouwenwerk. Maar dan moet het delicaatste nog komen: het uittrekken en drogen van de stampers. Ongeveer 150.000 bloemen zijn nodig voor 1 kilo saffraan.

Van de glans van dit ‘rode goud’ is in Zuid-Marokko niet veel te merken. De meeste producenten verkopen hun saffraan op een informele manier in de lokale soeks, waar ze –weliswaar cash – een lage prijs uitbetaald krijgen. De families zitten vaak zo krap bij kas, dat ze dit geld dringend nodig hebben. Wat grote bedrijven uit Casablanca of Marrakech verderop in de keten met die saffraan aanvangen is onduidelijk, maar kwaliteit is alleszins niet hun eerste prioriteit.

Wat marktinformatie betreft moeten we bijna van nul beginnen”, vertelt Claire de Foucaud. “In een eerste studie die momenteel loopt vergelijken we de kwaliteit van Marokkaanse saffraan met die uit Iran – dat land is goed voor 90% van de wereldproductie – en enkele andere landen. Marokkanen denken dat ze kwaliteit leveren, maar daar bestaat geen wetenschappelijke basis voor. Met een tweede studie willen we de vraag op de nationale en internationale markt in kaart brengen. Kopers komen immers niet langer alleen uit de culinaire wereld, maar steeds vaker uit de farmaceutische en cosmetische industrie.

Maison du Safran

Op basis van beide studies zullen de coöperaties en de GIE’s begeleid worden bij het opstellen van een marketingplan. Maar in afwachting van de resultaten zitten Claire de Foucaud en haar Marokkaanse collega’s niet met de vingers te draaien.

Om de producenten te motiveren zich beter te organiseren, zoeken we actief naar rechtstreekse contacten met potentiële klanten. Zo hebben we een jaar geleden het Maison du Safran in Taliouine, een jonge GIE die 24 coöperaties overkoepelt en in de toekomst een logistiek en commercieel platform voor de regio zou moeten worden, in contact gebracht met Pharco. Dit Belgisch farmaceutisch labo brengt voedingssupplementen met Iraanse saffraan op de markt – aan de stof safranol worden immers anti-depressieve eigenschappen toegeschreven – maar is geïnteresseerd in alternatieve leveranciers.

Omdat de productie van saffraan hoofdzakelijk vrouwenwerk is, liggen de parallellen met arganolie voor de hand. Ook hier zijn het weduwen met een eigen lapje grond die als eersten de stap durven zetten naar een coöperatie. “Wij hopen dat zij op dezelfde manier rolmodellen kunnen worden en andere vrouwen over de streep kunnen trekken om beter beloond te worden voor hun werk”, besluit Claire de Foucaud.

Tunesische import

Een andere boom die alomtegenwoordig is in de oases van Zuid-Marokko is de dadelpalm. De schaal waarop dadels geproduceerd worden is niet te vergelijken met saffraan. Van oudsher verbouwen honderdduizenden boerenfamilies tot wel 450 verschillende dadelvariëteiten. Maar op vele andere vlakken zijn de parallellen met saffraan wel frappant. Ook hier is de keten hoogst informeel: twee derde wordt in de lokale soek verhandeld omdat de boeren dringend geld nodig hebben.

Een aanzienlijk deel wordt gebruikt als veevoer. Er is nauwelijks aandacht voor kwaliteit en het gros wordt gepresenteerd in weinig hygiënische houten kisten. Kortom, zelfs de kwalitatief betere variëteiten worden slecht in de markt geplaatst. Het gevolg is dat de Marokkaanse thuismarkt voor een belangrijk deel wordt ingepalmd door Tunesiërs die volop hebben ingezet op één welbepaalde dadelsoort, de deglet nour, die ze in mooi ogende dozen verkopen. Toeristen die op hun terugvlucht vanuit Marokko in de luchthaven nog snel wat dadels willen kopen, hebben veel kans een Tunesisch souvenir mee naar huis te nemen.

Marktstudies

Daarom zijn we ook volop bezig met marktstudies over dadels”, vertelt Claire de Foucaud. “We bekijken hoe we twaalf lokale variëteiten zouden kunnen positioneren in de Marokkaanse markt. Een tweede studie gaat over de voor- en nadelen van verschillende verpakkingsvormen. Tegelijkertijd onderzoeken we wat er op structureel vlak nodig is om de jonge coöperaties en GIE’s beter te laten functioneren. Een van de redenen waarom ze zo moeilijk van de grond komen is dat zij nauwelijks cash hebben om de oogst van hun leden op te kopen. Cultureel is er bovendien de nodige schroom om bij een bank leningen aan te vragen voor projecten met een winstgevend doel. Een piste om uit die vicieuze cirkel te raken is het zoeken naar rechtstreekse afzetkanalen in de grote steden in het noorden van Marokko. De dadelconsumptie concentreert zich vooral tijdens religieuze feesten. Wil je op die markt meespelen, dan moet je dus voorraden kunnen bewaren”.

Net op dat vlak heeft de regio echter ook een opportuniteit. Millennium Challenge Account, een Amerikaans project, heeft de voorbije jaren veel geld geïnvesteerd in Unités de Valorisation, een aantal kleinere en grotere magazijnen en koelinstallaties bedoeld om lokale landbouwproducten te verwerken en op te slaan. “In feite is het de omgekeerde weg: de bakstenen staan er voor de structuren en de mensen er klaar voor zijn”, erkent Claire de Foucaud. “Dit is dan ook een van de grote uitdagingen voor de coöperaties en GIE’s, voor de lokale overheid en voor de hele regio: oplossingen zoeken om deze magazijnen goed te beheren en ervoor te zorgen dat het geen witte olifanten worden.

Dit Enabel-project is uitgeschreven voor de termijn 2013-2019. Die zal nodig zijn om deze Marokkaanse coöperaties en GIE’s te ondersteunen om markten te vinden voor hun dadels en saffraan en om hun structuren goed te beheren”, besluit Josiane Droeghag. “Tegelijk zullen we blijvend aandacht hebben voor de plaats die vrouwen innemen in dit proces. In tegenstelling tot saffraan zijn vrouwen nauwelijks betrokken bij de oogst van de dadels. Maar in de coöperaties en in de opgestarte Unités de Valorisation worden ze steeds vaker tewerkgesteld om de geoogste dadels te sorteren. Voorlopig zonder een gelijke verloning of zonder dat ze een stem hebben in de coöperaties. Dit is een nagel waarop we zullen blijven kloppen.

Bronnen:
Indiening van projecten, evaluaties en rapporten bij het Trade for Development Centre.
Ibn Al Baytar: www.association-ibnalbaytar.com
Tighanimine: www.facebook.com/cooperative.tighanimine.3?fref=ts,
Goodplanet Foundation: www.goodplanet.org/maroc-avancees-du-projet-sur-la-filiere-argan/
Saffraan – dadels: www.btcctb.org
Fotocredits:
Header: De pit van de arganfruit is rijk aan olie © Roman Königshofer
Foto 1: De arganboom vormt een echte barrière tegen de oprukkende Sahara © Dirk Huijssoon
Foto 2: Noten breken is een vrouwenjob © TDC / Josiane Droeghag
Foto 3 & 4: Saffraan-krokus plukken is ook een vrouwenjob © TDC / Josiane Droeghag
Foto 5: Een van de 450 dadelsoorten © TDC / Josiane Droeghag
Foto 6: Tighanamine is de eerste arganoliecoöperatie die erin slaagt een fairtrade-label in het zuiden van Marokko te behalen © Fair Trade Connection
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on print
Print

Deze website gebruikt cookies om uw gebruikerservaring zo aangenaam mogelijk te maken.