TDC is een programma van Enabel, het Belgisch Ontwikkelingsagentschap.

Barista starting up the Roastery(1)

ACPCU: Focus op wetenschap, blockchain en de landbouw van de toekomst

De Ankole Coffee Producers Cooperative Union (ACPCU) bevindt zich op een bijzonder kruispunt: een unie die diep geworteld is in de heuvels van het zuidwesten van Oeganda, maar die steeds meer verbonden raakt met blockchain, EU-regelgeving en kaarten met NFC-technologie (zie verder).

In een uitgebreid interview met TDC spreekt Derrick Komwangi, Project Officer bij ACPCU, openhartig over regelgeving, inkomens, digitalisering, jongeren en de ambities van de unie voor het komende decennium. 

Navigeren door het Europese regelgevingslandschap

Een groot deel van het internationale debat over de export van Afrikaanse koffie draait momenteel rond de Europese Ontbossingsverordening (EUDR). Je zou kunnen verwachten dat ACPCU bezorgd is aangezien de organisatie het overgrote deel van haar koffie naar Europa exporteert, maar Komwangi is dat niet. “De EUDR maakt deel uit van de groeiende regelgeving binnen de Europese Unie die voor ons een belangrijke markt is, aangezien ongeveer 90% van de koffie van ACPCU naar de EU-regio gaat. Een overheidsprogramma heeft ons samen met steun van aBi en de Europese Unie geholpen om ongeveer 29% van onze boeren in kaart te brengen”, aldus Derrick Komwangi. Zijn oordeel over de regelgeving die de voorbije jaren zoveel aandacht heeft gekregen, is duidelijk: “Eerlijk gezegd is de EUDR voor ons niet zo’n grote uitdaging als vaak wordt voorgesteld.”

Volgens hem komt de grootste stoorfactor uit een andere hoek. “Voor ons kwam de grootste uitdaging en impact van de nieuwe EU-verordening rond biologische productie. De impact daarvan was veel ingrijpender en verwoestender dan die van de EUDR. We hebben gelobbyd tegen deze regelgeving, in het bijzonder tegen de vereisten rond de juridische entiteit, omdat die in conflict komen met de structuur van coöperatieve unies. We hopen dat deze vereiste wordt versoepeld of teruggedraaid”, zegt Komwangi.*

Een leefbaar inkomen behouden ondanks marktschommelingen

Het garanderen van een leefbaar inkomen voor boeren blijft een kernopdracht van ACPCU. Gelukkig zijn de huidige marktomstandigheden gunstig. “De huidige prijs ligt ruim boven de referentiewaarde voor een leefbaar inkomen in Oeganda omdat er meer vraag is op de markt”, legt Komwangi uit.

De prijsstijging heeft aangetoond dat “consumenten bereid zijn prijzen te betalen die een leefbaar inkomen mogelijk maken en zelfs meer dan dat.” Dit heeft een tastbare impact op het terrein. “We zien boeren nieuwe zaailingen aankopen met weinig of helemaal geen subsidie”, merkt hij op. Dat wijst op een hernieuwde bereidheid om te investeren in de productie.

ACPCU vertrouwt echter niet uitsluitend op hoge marktprijzen. “Een leefbaar inkomen is een bestemming die via heel veel verschillende wegen kan worden bereikt.” Om de productiviteit te verhogen — die momenteel “ongeveer 40% onder het optimale niveau ligt” — verwerkt de unie 1,5 miljoen kilogram biologische koffieschillen tot meststof.

Andere hefbomen liggen volledig buiten het landbouwbedrijf. “Aangezien 57% van wat het leefbaar inkomen beïnvloedt te maken heeft met factoren buiten het bedrijf, zoals onderwijs en gezondheid, voeren we een ziekteverzekeringsprogramma uit”, zegt Komwangi. “In het eerste jaar registreerden we al ongeveer 900 betaalde doktersbezoeken voor onze boeren, van wie 62% vrouwen zijn.” De logica is volgens hem eenvoudig: “Dit beschermt hun inkomen tegen onverwachte gezondheidsuitgaven.”

Een opleiding bij ACPCU

De waardeketen digitaliseren

Met steun van een subsidie van TDC werkt ACPCU samen met Fairfood aan digitale traceerbaarheid, waarbij boeren worden uitgerust met NFC-kaarten (near-field communication). “De boer houdt zijn kaart tegen de telefoon op het kantoor van de coöperatie en de gegevens van die boer verschijnen”, legt Komwangi uit. Deze realtimegegevens worden vervolgens op een blockchain geregistreerd waardoor de uiteindelijke consument “de code kan scannen en kan weten dat deze koffie van deze specifieke boer afkomstig is en hoeveel hij of zij daarvoor betaald heeft gekregen”.

Wat betreft de zeggenschap over de gegevens werkt ACPCU met gedetailleerde toestemmingsformulieren, aangezien slechts “ongeveer 17% van de boeren over data of smartphones beschikt”. Komwangi benadrukt dat transparantie essentieel is om het vertrouwen te behouden: “Zolang boeren de concrete voordelen zien van het verstrekken van deze gegevens hebben ze daar geen probleem mee. Het vertrouwen wordt geschonden wanneer al deze informatie wordt gevraagd… maar de markt daar niets voor wil teruggeven.”

Een lokale markt ontwikkelen

Jaren geleden bleek uit TDC’s coachingprogramma dat ACPCU nogal sterk leunde op externe partners in plaats van haar eigen marketingcapaciteiten uit te bouwen. Dat is sindsdien sterk veranderd, onder meer dankzij de oprichting van een interne marketingafdeling.

“Onze aanpak is aanzienlijk veranderd en we hebben een zeer sterke stijging van onze lokale verkoop gezien”, zegt Komwangi. De omvang van die verandering is opvallend: “We zijn dit jaar van 500 kg naar 6 ton gegaan en onze maandelijkse lokale omzet is gestegen van 500.000 naar ongeveer 20 miljoen shilling, oftewel ongeveer €4.639.”

De ambitie gaat verder. “Ons middellangetermijndoelstelling is om lokaal één container te verkopen”, zegt hij. Vervolgens legt hij uit waarom die ene container zo belangrijk is: “Eén lokaal verkochte container heeft dezelfde waarde als vier geëxporteerde containers. Als we er de komende tien jaar in slagen om lokaal op te schalen naar 10 containers, staat dat gelijk aan de waarde van 40 geëxporteerde containers. Die premie kan worden gebruikt om het tekort aan leefbaar inkomen op te vangen.”

Uganda heeft nog een lange weg te gaan in vergelijking met buurland Ethiopië. “De lokale koffieconsumptie in Uganda ligt momenteel onder de 5%, tegenover 50% in Ethiopië, maar ze neemt toe dankzij verkoopacties en reclame die door de subsidie worden ondersteund”, zegt Komwangi.

De TDC-subsidie en een eerdere investering in de branderij van ACPCU hebben de organisatie geholpen haar bedrijfsmodel verder te verfijnen. “Deze continue steun en onze eerdere investering in de branderij hebben onze productiekosten aanzienlijk verlaagd”, zegt hij.

Ook de verpakkingsstrategie van de unie werd herzien: “Vroeger verkochten we koffie uitsluitend in verpakkingen van 500 gram tot 1 kg. Nu hebben we de verpakkingsgrootte verkleind naar zakjes van 20 gram, die voor 1.000 shilling worden verkocht. Dat is onze cashcow geworden en vertegenwoordigt 80% van onze lokale marktverkoop.” Een nog kleiner formaat staat op stapel: “We zijn van plan een zakje van 10 gram voor één kopje te introduceren.”

Jongeren opnieuw winnen voor de koffiesector

Het aandeel jongeren in de toeleveringsketen van ACPCU is toegenomen van 4,1% in 2020 naar 13% in 2025. Derrick Komwangi koppelt die verschuiving rechtstreeks aan de noodzaak om voor opvolging te zorgen. “Onze oudere boeren zijn gemiddeld 56 jaar oud, dus is het essentieel om voor opvolging te zorgen”, zegt hij. “We willen van koffieteelt een winstgevende, waardige activiteit maken in plaats van iets wat simpelweg als een verplichting wordt doorgegeven van generatie op generatie.”

Concrete stimulansen hebben die verandering in gang gezet. “Om dit te bereiken hebben al onze coöperaties een korting van 30% gegeven op de aankoop van aandelen voor jongeren. Dat heeft geleid tot een aanzienlijke toename van de betrokkenheid van jongeren. We hebben jongeren ook opgeleid tot dienstverleners die oudere boeren ondersteunen en hiaten in de waardeketen helpen opvullen”, aldus Komwangi.

Jonge Oegandezen ertoe brengen om ook daadwerkelijk de koffie te drinken die ze helpen produceren, is echter een ander paar mouwen. “We moeten ervoor zorgen dat de jongere generatie koffie gaat drinken. Omdat jongeren op onze lokale markt koffie vooral zien als een functioneel product voor een cafeïneboost en niet als een lifestyleproduct richten we ons op universiteiten en lokale voetbalclubs om het gedrag te veranderen”, zegt Komwangi. Het productaanbod zal daarop worden aangepast: “De komende vijf jaar willen we ijskoffie en cold brew gaan verkennen om beter aan te sluiten bij hun voorkeuren.”

Een barista start de koffiebranderij op

Een visie voor 2031: wetenschap, innovatie en groei

Voor de periode 2026–2031 heeft ACPCU de ambitieuze visie om “50.000 kleine boeren te ondersteunen en 500 containers te verwerken”. Productinnovatie staat daarbij centraal met een verschuiving naar experimentele verwerkingsmethoden zoals het gebruik van “gist, fermentatie en inoculatie**” voor honey-processed koffie. Dit zorgt volgens Komwangi voor “een stabielere hoge kwaliteit” en een “grotere marge waarmee we meer kunnen teruggeven aan de boer”.

Derrick Komwangi beschouwt deze investering in onderzoek en ontwikkeling als een kwestie van overleven op lange termijn. Hij vergelijkt de uitdaging met de vooruitziende blik die nodig was voor de ontwikkeling van New York in de 19e eeuw. Net zoals stadsplanners toen infrastructuur moesten aanleggen voor een toekomstige metropool zonder precies te weten hoe de technologie voor transport zich zou ontwikkelen, investeert ACPCU nu in wetenschap en kennis om de toekomstbestendigheid van de coöperatie te verzekeren.

“Als we niet investeren in kennis, zullen we er niet meer zijn. We hebben al goedkeuring gekregen van het management en de Raad van Bestuur om een klein wetenschappelijk laboratorium op te starten”, vertelt Komwangi. Daarmee zal de organisatie lokaal testen kunnen uitvoeren op chemische residuen in plaats van dure monsters naar Europa op te sturen.

Hij vat de toekomstgerichte filosofie van de coöperatieve unie als volgt samen: “Als we niet investeren in kennis zullen we er niet meer zijn… We moeten werken aan onderzoek en kennis vergaren, ook voor de boeren zelf.”

Wat uit het gesprek naar voren komt, is een coöperatie die regelgeving, data en jongerenparticipatie niet als afzonderlijke vakjes beschouwt, maar als onderling verbonden onderdelen van één langetermijnstrategie: ervoor zorgen dat Oegandese koffie — en de boeren die de koffie kweken — ook de komende decennia competitief kunnen blijven.

Het interview werd op 27 juni 2026 afgenomen door Samuel Poos, projectmanager bij het Trade for Development Centre van Enabel.

* De regelgeving verplicht organisaties soms om zich kunstmatig op te splitsen, waarbij per groep maximaal 2.000 leden zijn toegestaan. Meer informatie is te vinden in dit TDC-artikel: “Europese biologische regelgeving: vooruitgang en uitdagingen voor kleine producenten in derde landen”.
** Inoculatie is het inbrengen van levende micro-organismen of plantenmaterialen in een levend organisme, een voedingsbodem of de natuur.

Looking ahead to the 2026 – 2031 period, ACPCU has an ambitious vision to support “50,000 smallholder farmers” and process “500 containers”. Product innovation is at the forefront, with a shift towards experimental processing, such as the “use of yeast, fermentation, inoculation” for honey-processed coffees, which provides a “more stable high quality” and a “bigger margin that we can play with to give back to the farmer”.

Derrick Komwangi views this R&D push as a matter of long-term survival, likening the challenge to the foresight required for New York’s development in the 1800s. Just as city planners then had to build infrastructure for a future metropolis without knowing exactly how transport technology would evolve, ACPCU is investing in science and knowledge now to ensure the cooperative’s longevity. “If we do not invest in the knowledge,” he reflects, “then we will not be here. We have already had the approval of the management and the Board to start a small science lab,” Komwangi shared. This will allow them to conduct chemical residue tests locally rather than shipping expensive samples to Europe. Summing up the cooperative union’s forward-thinking philosophy, he concluded: “If we don’t invest in knowledge, we won’t be there… We must work on research, knowledge for the farmers themselves”.

What emerges from the conversation is a cooperative treating regulation, data and youth engagement not as separate compliance boxes to tick, but as interlocking pieces of the same long-term strategy: keeping Ugandan coffee – and the farmers who grow it – competitive for decades to come.

Interview conducted by Samuel Poos, Project manager of Enabel’s Trade for Development Centre, on 27 June 2026.

* The regulation sometimes forces organisations to split artificially, with no more than 2,000 members per group permitted. For more information, read this TDC article: European organic regulation: progress and challenges for small producers in third countries.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email
Print

Deze website gebruikt cookies om uw gebruikerservaring zo aangenaam mogelijk te maken.