djaki_5

Cacaocoöperatie ECAM laat zich gelden in Ivoorkust

De cacao in onze chocolade wordt geteeld door producenten zoals Djakaridja Bitie, vertegenwoordiger van de cacaocoöperatie ECAM in Ivoorkust. Momenteel wordt ECAM er steeds vaker genoemd als een schoolvoorbeeld op het gebied van eerlijke handel. Sinds 2017 wordt de coöperatie gecoacht door Christine Englebert voor het Trade for Development Centre.

Djakaridja Bitie had de cacaoboerderij van de familie verlaten om te gaan studeren maar toen zijn vader overleed, keerde hij terug naar zijn roots.  Dat was in 2000. Hij was toen 19 jaar. Hij erfde 11 hectare cacaobomen in het departement Méagui, in het zuidwesten van Ivoorkust: “Ik heb me al heel vroeg toegelegd op diversificatie en agrobosbouw. Ik voegde fruitbomen toe en plantte rubberbomen aan om latex te verzamelen. Ik begon ook met een beetje veeteelt.”

Djakaridja werd al snel geconfronteerd met problemen waar veel kleine producenten tegen opboksen: “Ik had problemen om toegang te krijgen tot markten en kredieten. Daarom ben ik in 2012 lid geworden van de coöperatie ECAM. Wij werken allemaal in gehuchten ver van elkaar. Ik vond het belangrijk om onze producten te bundelen zodat we betere markten konden veroveren tegen eerlijke prijzen voor iedereen en elkaar konden helpen om onze levensomstandigheden te verbeteren. De coöperatie ondersteunt haar leden door bijvoorbeeld kwaliteitsvolle productiemiddelen betaalbaarder te maken omdat zij gunstigere prijzen kan bedingen met de leveranciers”, vertelt hij.

ECAM verenigt meer dan 2000 producenten

Al snel nam Djakaridja een rol op in de coöperatie: “Ik ben sinds 2014 voorzitter van de raad van toezicht. Het is een intern orgaan dat toeziet op de naleving van de algemene regelgeving (zoals de OHADA-wetgeving inzake coöperaties in West-Afrika) en interne regelgeving.  Ik ben controleur, maar ik neem geen beslissingen. In geval van afwijkingen is het de algemene vergadering die corrigerende maatregelen neemt”, legt hij uit.

ECAM heeft 2.122 producenten. Toen het in 2004 begon, waren dat er nog geen 100, “Ik ben lid geworden in 2012. Samen produceren we nu 6.500 ton cacao per jaar en kunnen we rekenen op een gezamenlijke oppervlakte van 12.000 hectare, of een gemiddelde opbrengst per lid van 600 kg per hectare, waardoor we boven het gemiddelde in Ivoorkust zitten.”

Hoe verklaar je een dergelijk rendement? “Wij zetten in op kwaliteit. Wij hebben een duurzaamheidsprogramma opgestart (CPS of CACAO Plus Service) om onze leden te begeleiden. Als de cacaobomen van een ECAM-lid te oud zijn, geeft de coöperatie hem nieuwe stekken uit haar kwekerij. Heeft de teelt van een cacaoboer te lijden onder de zon, dan leveren wij schaduwbomen. Heeft iemand nood aan opleiding, dan hebben wij een programma voor capaciteitsversterking, enz. Onze aanpak wil zo veel mogelijk tegemoetkomen aan de behoeften van iedereen. Er bestaan ook andere ondersteuningsprogramma’s, die zijn opgezet door de inkopers, die onze eigen voorzieningen aanvullen,” besluit Djakaridja.

Een coachingsprogramma dat zichzelf in vraag durft te stellen

De steun van TDC is zo participatief en gepersonaliseerd mogelijk. ECAM had zich kandidaat gesteld voor het programma en werd geselecteerd uit een groot aantal kandidaat-coöperaties. De begeleiding ging van start in juni 2017 met TDC-coach Christine Englebert. “Ik heb een master in commerciële en financiële wetenschappen en ik heb tien jaar voor grote bedrijven als Nestlé of Colgate-Palmolive gewerkt. Toen voelde ik de behoefte om alternatieve economische modellen te verkennen.  Zo werkte ik met Max Havelaar (het huidige Fairtrade België). Ik verdedigde de zaak van producenten in het Zuiden, maar had relatief weinig contact met hen. Tot ik in 2014 besloot om coach te worden voor het Trade for Development Centre.”

“Destijds was het programma nog in een proeffase. Ik begeleidde bepaalde coöperaties gedurende zes maanden. Daarna werd het twee jaar en dat zal waarschijnlijk nog evolueren. Wat ik vooral waardeer, is het vermogen van TDC om zichzelf in vraag te stellen om het programma te verbeteren. Met sommige coöperaties zijn we erin geslaagd grote contracten te sluiten met nieuwe geëngageerde inkopers of om de lokale verwerking te ontwikkelen. Het programma wil heel concreet zijn, maar het is de coöperatie die het heft in handen heeft.

Djakaridja is het hiermee eens: “Het programma heeft ons enorm vooruit geholpen. Christine is er echt in geslaagd om marketing aan te bieden op een manier die we ons kunnen toeëigenen. En het gaat nog verder: we hadden een strategische denkoefening over financiën, verkoopcijfers en functies binnen de coöperatie. Nu kunnen we het ECAM-model op zijn best voorstellen om goede samenwerkingsverbanden af te sluiten en te onderhouden. We hadden er dringend behoefte aan om onszelf te verkopen, om een merkimago te ontwikkelen maar we hadden totaal geen expertise op dat vlak. We gingen als amateurs tewerk. Het eerste wat Christine deed tijdens onze eerste ontmoeting was onze sterke en zwakke punten doorlichten.”

“We werken op de hele waardeketen”, voegt Djakaridja eraan toe. “Op die manier konden we de belangrijkste werkpunten voor de coöperatie aanduiden die nodig zijn om ons economisch model te versterken. christine voegt eraan toe “We hebben een actieplan waarin we elk van deze punten behandelen. Terwijl blijven we regelmatig nagaan of de basisdiagnose is veranderd.”

Een kwaliteitsvolle samenwerking aandurven

Op advies van Christine ontwikkelt ECAM een overzicht van de verkoopcijfers en stelt een planning op. De coöperatie heeft nu ook een logo en slogan: “Durf een kwaliteitsvolle samenwerking aan”. Beide zijn afgestemd op de kernwaarden van ECAM en die “tot uiting komen in verschillende communicatiemiddelen, zoals hun jaarverslag, waar ze erg trots op zijn”, voegt Christine toe. 

“In Ivoorkust zijn er duizenden coöperaties. Het is moeilijk om zich te onderscheiden van de massa”, zegt Djakaridja. “We wilden om verschillende redenen zichtbaarder worden. In de eerste plaats om toegang te krijgen tot de cacaomarkt en om ons bekend te maken bij de inkopers.” Christine voegt daaraan toe: “Er zijn veel ‘lege dozen’ onder de coöperaties, ECAM moest iets serieus uitstralen.” Een tweede reden is dat “het belangrijk is te communiceren over de verbeterde levensomstandigheden van onze leden en zo nieuwe lidmaatschappen aan te moedigen. We hadden dit jaar een piek van 1.000 aanvragen”, glundert Djakaridja.

Een ander effect van deze verhoogde zichtbaarheid: “We worden steeds vaker benaderd door inkopers en technische of financiële partners die overtuigd zijn van onze degelijkheid. We hopen dat we met deze nieuwe contacten een stap verder kunnen gaan op vlak van fair trade want momenteel wordt slechts een derde van de productie op basis van eerlijke handel verkocht”, vervolgt Djakaridja.

De Nederlandse chocoladefabrikant Tony’s Chocolonely is sinds 2016 een commerciële partner van ECAM:  “Tony’s koopt op basis van eerlijke handel. Ze geven ons 240 dollar fairtradepremie per ton en een extra premie, bovenop de aankoopprijs. Zij staan rechtstreeks in contact met ons, komen regelmatig naar ons toe en zijn bezorgd om de behoeften van de producenten. Zij hebben onze kosten berekend, realiseerden zich dat de fairtradepremie niet volstond en besloten ons een extra premie toe te kennen. Een strategisch plan verdeelt dit geld: de levensomstandigheden van de producent en de empowerment van de coöperatie, toegang tot drinkwater, elektriciteit, gezondheidszorg, enz. Een onafhankelijk auditkantoor komt regelmatig langs om het gebruik van de fondsen te controleren. ”

“Ik gebruik vaak tekeningen om concepten effectiever over te brengen”

Tijdens de coaching leerden de ECAM-leden de communicatiemiddelen te verfijnen en deze in echte situaties te gebruiken: “Ik heb presentaties gegeven aan economische attachés of vertegenwoordigers van chocoladefabrikanten” vertelt Djakaridja, “Persoonlijk voel ik me nu veel meer op mijn gemak, ik had nooit gedacht dat ik dit soort conferenties zou houden, ex cathedra. Ik doe het steeds vaker, voor verschillende doelgroepen.” 

Een van de laatste uitdagingen voor de leden is het organiseren van een innovatieve jaarlijkse algemene vergadering: “Vroeger deden we dat meestal met zeer beperkte middelen. Deze keer boden we een echte markt aan met stands, uitnodigingen aan zustercoöperaties, ngo’s en producenten van productiemiddelen. We staan nu hoger in het gamma. De mensen waren aangenaam verrast.”

“Het doel van coaching was om zich aan te passen aan de realiteit van ECAM”, vertelt Christine, “Als coach gebruik ik verschillende instrumenten, maar ik gebruik vaak tekeningen om concepten effectiever over te brengen. Zo teken ik de keten van producent tot consument of gebruik ik sterke beelden die over hun realiteit gaan. Ik werk ook zoveel mogelijk ter plaatse: doe een marktonderzoek van de lokale winkels of bezoek potentiële en huidige partners om partnerschappen te consolideren. Hoe concreter, hoe beter de resultaten.”

“Dankzij onze nieuwe zichtbaarheid kunnen we onze belangen behartigen bij onze overheden omdat we, gezien ons gewicht op nationaal niveau, gesprekspartners zijn geworden die de regering tijdens de debatten rond de tafel zet. Wij zijn woordvoerders van de producenten. Wij kunnen suggesties doen”, vertelt Djakaridja trots. En ECAM is niet van plan om het daar bij te laten: “Consolidatiewerk en ondersteuning zijn nog steeds nodig om gezond te groeien, maar als je de geboekte vooruitgang analyseert, is dat indrukwekkend. Het team is zeer professioneel”, zegt Christine.

“Er staat nog veel op ons verlanglijstje, we moeten er het belangrijkste uit halen en prioriteiten stellen. Onlangs zijn projecten gestart om over te schakelen op biologische landbouw en het oprichten van een pluimveebedrijf voor meststoffen. Dit is een belangrijk project voor de toekomst. We staan nu al in contact met een potentiële inkoper maar we blijven prospecteren omdat ECAM vanaf 2020 in staat zal zijn om biologische cacao van hoge kwaliteit te leveren. De komende jaren zijn veelbelovend”, besluit Djakaridja.

Lees ook

De moeilijkheden van landbouwers hier en in Afrika

Wat brengt de kleine boeren uit het noordelijk en zuidelijk halfrond samen? Veel meer dan we denken. Liefde voor het land en de strijd voor een eerlijker loon behoren daar zeker toe. Bovendien zijn Nathalie en Djakaridja het levende bewijs dat ons voedselmodel gebaseerd is op een wereldwijde onderwaardering van de boerenstiel. Een gesprek

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on print
Print

Deze website gebruikt cookies om uw gebruikerservaring zo aangenaam mogelijk te maken.